korenmolen "Nooit Gedacht" te Warnsveld


Nooit Gedacht (Foto: W. Jans, 6-11-2003)

De enige bewaard gebleven windmolen te Warnsveld en Zutphen, waarbij ik het molentje van Warken dan niet meereken.

Adres: Molenstraat 68, Warnsveld.
Bouwjaar: 1905.
Restauraties: 1956, 1968 en 1981.
Type: Stellingkorenmolen.
Eigenaar: Vereniging De Hollandsche Molen.
Nummer 131 Nederlands Molenbestand.
Vlucht: 22,6 meter.
Diameter van de kuip: 4,60 meter.

Molenaars: D.J. Abelskamp sr. en
D.J. Abelskamp jr.

Foto: W. Jans, 6-11-2003

Openingstijden: zaterdag 13.30 - 17.30 uur en op afspraak.

De molen wordt tevens gebruikt als instructiemolen.

Binnenroede: fokwieken zonder remkleppen (Fauël), fabr. Groot Wesseldijk.
Buitenroede(!): Van Bussel-neus + Ten Have-remkleppen, fabrikaat Derckx.
Doorboorde as, zwichtboom en bezaanstok.
Gietijzeren as, aslengte: 4,80 meter, askophoogte: ca. 20 meter.
Romp: houten met riet gedekte achtkant op stenen onderbouw.
Kap: hout met riet gedekt.
De lange spruit ligt voor het bovenwiel, er is dus een aparte ijzerbalk.
Naast de tempelbalk bevinden zich twee extra balken.
De molen heeft links 7 en rechts 6 roosterhouten(!).
Stellinghoogte 8,40 meter, de stellingschoren rusten op ingemetselde bakstenen vinken in de achtkant.
Vlaamse vang met wipstok en haak, kruihaspel.
Situering inrijpoorten en stellingdeuren: Noord - Zuid.

1e verdieping: electromotor en koekenbreker
2e verdieping, maalzolder: electrisch aangedreven mengketel, onderdrijfwerk voor hulpkracht t.b.v. één koppel stenen
3e verdieping, steenzolder, stellingzolder: 3 koppels 16der stenen, t.w. 1 koppel tarwestenen en 2 koppels voerstenen
4e verdieping, luizolder: sleepluiwerk
5e verdieping, kapzolder: neuten kruiwerk met 24 neuten

Overbrengingen:

bovenwiel met 61 kammen
bonkelaar met 32 kammen steek 11,5 cm
spoorwiel met 101 kammen
steenrondsels met 31 staven steek 9 cm
overbrengingsverhouding: 1 : 6,2

Het vangtouw wordt tijdens het draaien op de kieft vastgezet, zodat wanneer de vangbalk op de punt van de haak mocht liggen, deze bij het er af glijden niet meteen het bovenwiel blokkeert, met alle gevolgen vandien.
Bij het wegzetten wordt het vangtouw los geborgd, zodat er ruimte blijft voor het extra doorzakken van de vangbalk.
De vangbalk wordt bij het wegzetten extra verzwaard met enige stukken ijzer, waaronder een paar schenen.
De roedeketting wordt (met het gezicht naar het molenlijf gekeerd) rechts kort en strak en links lang en slap bevestigd, hierdoor kan de vang zich nog iets doorzetten.
De drie steenrondsels worden elk met een neut in de vaste spil- of tapbalk ( die weer zijn gelagerd in schaarbalken) opgesloten. Het in en uit het werk zetten gebeurt door onder een schaarbalk door en over het spoorwiel te klauteren, de keerneuten uit de kamers te trekken en de tap uit hun tapgat naar een zich naast de kamer bevindende tapgat in de spil- of tapbalk te schuiven.
De Ten Have-remkleppen kunnen niet helemaal horizontaal weggezet worden. Oorzaak is het feit dat de molen vroeger zelfzwichting heeft gehad en dat de daarbij behorende pen door de as, die er ook nu nog steeds in zit, korter is dan voor het Ten Have-systeem gewenst is.

askop Warnsveld

De askop van de molen "Nooit Gedacht" te Warnsveld.

De geschiedenis van de molen

De geschiedenis van de molen gaat terug tot het midden van de vorige eeuw. Daarvoor stond niet ver van deze plaats een standerdmolen. Eind 1850 liet de landbouwer Derk Jan Oudenampsen, geboren in Warnsveld in 1815 de achtkante stellingkorenmolen 'Nooit Gedacht' bouwen. Hij had kort daarvoor een stuk land aangekocht, de Hunnekinkskamp. De molen werd ingericht voor het malen van koren en eek (eek komt van de bast van eikenbomen en werd gemalen als looistof voor leerlooierijen). In 1854 werd het molenaarshuis erbij gebouwd. Vanwege Oldenampsen's zijn slechte gezondheid was hij genoodzaakt om in 1858 de molen over te doen aan Herman Hendrikus Kok.
Deze molenaarszoon uit Zutphen moest daarvoor een lening afsluiten bij Willem Baron van Heeckeren van Waliën. Het ging om ƒ 6000,-. Twee jaar later sluit hij opnieuw een lening van ƒ 3000,- af om in het woonhuis een stoommachine met een aantal stenen op te stellen. Deze stoommachine heeft er tot 1947 nog gestaan. Ondanks de uitbreiding gaan de zaken voor Kok niet goed. In 1869 blijkt dat hij niet meer aan zijn verplichtingen kan voldoen. De bezittingen worden in een openbare verkoop in herberg 'De Pauw' in april 1869 in delen verkocht. Het woonhuis met daarin gevestigd, de in volle werking zijnde stoomkorenmolen met twee paar stenen en twee grote builen, wordt verkocht aan de landbouwers Gerrit Jan Uenk en Jan Willem Heuvelink voor een bedrag van ƒ 4000,-. De wind-, koren-, schors- en lijnmeelmolen met drie paar korenstenen en verdere gereedschappen worden aangekocht door zijn knecht Jan Garssen.

Slechts twee weken na zijn aankoop, op 8 mei 1869, brandde de molen af als gevolg van blikseminslag. In de notulen van 31 mei 1869, van de gemeenteraad van Warnsveld, wordt een verslag over deze brand vastgelegd. In hetzelfde jaar wordt de molen op de overgebleven stenen voet herbouwd. Het bestek voor de wederopbouw vermeldt als verplichting dat de aannemer moest zorgen dat er op 14 oktober 1869 alweer met een koppel stenen kon worden gemalen. Een dikke vier jaar later is Garssen in staat om ook de huizen en het erf bij de molen te kopen van Gerrit Jan Uenk en Jan Willem Heuvelink. Dat er wel eens problemen met klanten waren, blijkt uit een notulenboek van Het Oude en Nieuwe Gasthuis van Zutphen. In Augustus 1878 vraagt Garssen of hij weer in aanmerking kan komen om koren van het Gasthuis te mogen malen. Maar men is daartoe niet genegen, omdat hij granen van verschillende klanten niet gescheiden zou hebben gehouden.
Nog twee maal zal blikseminslag de molen in brand zetten. Op 21 april 1891 bleef de schade gelukkig beperkt. Anders verging het de molen op 19 maart in 1905. Wederom brandde de molen af. Na het herstel van de stenen voet bouwde molenmaker De Graaf uit Zwolle weer een nieuwe molen die in augustus van hetzelfde jaar weer maalvaardig was. Tot 1971 is de molen in bezit gebleven van de familie Garssen. Sinds 1973 is de molen het bezit van de 'Vereniging de Hollandsche Molen'.
In 1956, in 1968 en 1981 is de molen gerestaureerd.

Eigenaren sinds 1905 van de molen waren: B. Garssen (1905-1917), G. J . Garssen (1917-1942), J. C. Keulen en wed. G. J. Garssen (1942-1947), B. J. Garssen (1947-1972), gemeente Warnsveld (1972-1973) en Vereniging De Hollandsche Molen te Amsterdam (1973-heden).


Vermelding op de Nederlandse molendatabase: Nooit Gedacht en op de database van De Hollandsche Molen: Nooit Gedacht.


Deze pagina is onderdeel van   de-liefde-logo   de homepage van B. D. Poppen.

owl

updated           -       Copyright © 2000/2014             up