Verdwenen molens
in de gemeente Eemsmond

In het hoofddorp Uithuizen hebben naast de als enige nog aanwezige molen De Liefde aan de Mennonietenkerkstraat (ook wel aangeduid als hoek Schoolstraat, of hoek Molenwierdstraat), nog een aantal molens gestaan, evenals in de buurtschappen 't Lage van de Weg en Valom. Deze molens zijn:

Burema's molen

burema, foto: collectie M. Fokkens

De foto is genomen omstreeks 1885-1890 en toont "Burema's molen" aan het Boterdiep.
Rechts is de houtzaagmolen van Reitzema te zien.

Reeds in het begin van de 18e eeuw werd er ten zuiden van het dorp Uithuizen, aan de westzijde van het Boterdiep, een pelmolen gebouwd. (De tegenwoordige locatie is Havenweg 28/30.) In een brandverzekeringscontract d.d. 23-2-1743 wordt Tjaart Jans genoemd als pelmolenaar. In de boedel inventarisatie van 30 januari 1798 wordt een uitgebreide opsomming gegeven van alles wat zich in het huis bevindt, alsmede van hetgeen zich in de molen bevindt.
In het begin van de 19e eeuw was Jacob Heerkens eigenaar en in 1828 verkocht hij de molen aan Jacob Reinders Elema.
J. Vinhuizen maakt er in zijn Stads- en dorpskroniek van Groningen (1800-1900) melding van: "14-12-1828. Verkoop van den Pelmolen en behuizing en p.m. 7 bunders land, staande en gelegen aan den trekvaart te Uithuizen en toebehoorende aan Jacob Heerkens aldaar."

pelmolen kadaster; bron: watwaswaar

Op de kadastrale minuutplan van Uithuizen, sectie E, blad 1, opgemaakt in 1828, staat de pelmolen ingetekend, met rechts ervan het Boterdiep.

De zoon Reinder Jacobs Elema zette het bedrijf tot zijn overlijden in 1876 voort. Hij verkrijgt in 1848 toestemming om de pelmolen tevens in te richten 'tot het malen van onbelaste granen'. Zijn dochter Hilje Elema huwde Roelf Burema (soms wordt de naam Buurma gebruikt) en gezamenlijk namen zij het bedrijf van de weduwe Elema over. Buurma bezat echter ook een groot stuk land en in 1904 verkocht hij de molen voor afbraak en daarna staat hij geregistreerd als landbouwer.
De molen is te Voorst (Gld.) aan de Enkweg 44 als De Zwaan weer opgebouwd en draait daar nog steeds.
In de volksmond is de molen bekend gebleven onder de naam: Burema's molen.


De houtzaag- en oliemolen

reitzema-aurora, foto: collectie M. Fokkens

De opname dateert van omstreeks 1895. Links is de molen "Aurora" te zien.

In 1819 lieten de gebroeders Derk Hendriks en Cornelis Derk Hendriks Nanninga aan de oostzijde van het Boterdiep een houtzaag- en oliemolen bouwen. Derk H. Nanninga was tevens burgemeester van Uithuizen.
In de achtkante molen met stelling, met een vlucht van 75 voet, werd het zaaggedeelte ingericht met 3 sleden en de oliemolen met 6 stampers, 2 heien, 2 bakken samen 150 aam. Via het Boterdiep konden de boomstammen door een zijtak tot bij de molen gebracht worden. De eigenaren lieten aan de noordzijde van het grote molenerf een huis voor zichzelf bouwen en op het terrein enige woningen voor de werknemers, tevens verrezen er bedrijfsschuren. Tezamen een groots en monumentaal complex.
In 1860 verkreeg de zoon Bernard Nanninga het bedrijf, doch zes jaar later overleed hij en werd de weduwe eigenaar. Zij verkocht in 1886 de molen aan Kornelis Jacobs Reitzema. In 1897 verkreeg Reitzema vergunning voor het laten bouwen van een stoommachine bij de molen.

reitzema-1900, foto: ansichtkaart

Deze opname dateert van omstreeks 1900 en toont het ketelhuis met een hoge schoorsteenpijp die bij de molen werd gebouwd.

Op 16 april 1904 werd de molen door blikseminslag getroffen en brandde geheel af. Een herbouw vond niet plaats en op het terrein verrezen andere bedrijven. De gespaard gebleven woningen werden in 1976 afgebroken en de molengracht werd in 1977 gedempt. Op het grote 'kaalgeslagen' terrein verrezen in de daarop volgende decennia enige grote winkelcomplexen. Slechts de naam 'Molenerf' is het enige wat nog herinnert aan de tijden van weleer.


De "Aurora"

Aurora, foto: ansichtkaart

De "Aurora" omstreeks 1900, gefotografeerd met draaiend (!) gevlucht, vanaf de Stationsstraat.

In 1849 verkreeg Tjaard Egge Oosterhuis vergunning voor het laten bouwen van een nieuwe molen aan het begin van de Molenweg (thans Talmaweg). Het werd een grote achtkant met houten onderbouw, de vlucht bedroeg 80 voet (23,37 m).
In 1912 werd de molen verkocht aan Tjaart Rijzenga, die de molen van zelfzwichting liet voorzien. In 1926 verkocht hij de molen aan Klaas Hekema.
Omstreeks 1931 moesten reparaties aan de molen worden uitgevoerd, doch de kosten, die werden begroot op ƒ 2800,- à ƒ 3000,-, werden te hoog bevonden en dus werd er overgestapt op machinale maalderij. De kap werd verwijderd en in later jaren werd het bovenachtkant tot stellinghoogte afgebroken.

Aurora zonder kap, foto: Het Noorden in Beeld

           

           

           

           

De foto toont de molen in 1931 zonder kap en een reeds gedeeltelijk onttakelde stelling.

           

           

           

De foto is afkomstig uit het blad Het Noorden in Woord en Beeld dat tussen 1925 en 1938 één maal per week verscheen.

In 1946 volgde verkoop aan Jelle Koops. Deze liet de molen geleidelijk afbreken en bekleedde het onderachtkant tot de stelling geheel met golfplaten. In 1974 werd ook het onderstuk afgebroken.
Het naast de molen gebouwde molenaarshuis is nog steeds aanwezig. Tevens zijn de beide gevelstenen met de de namen van de stichters en van de molen bewaard gebleven.


De molen te 't Lage van de Weg

In 1859 verkreeg M. D. Mulder, afkomstig van Heveskes, vergunning voor het laten bouwen van een molen aan de zuidzijde van de weg in het buurtschap 't Lage van van de Weg (tegenwoordig Bovenhuizen 23). In de nieuwe molen werd naast maal- en pelwerk, tevens een grutterij ingericht. In 1868 werd S. Riepma eigenaar van de molen. Lang heeft hij niet met de molen gedraaid, want reeds in 1875 verscheen een advertentie in de Provinciale Groninger Courant waarin de molen te koop werd aangeboden. De molen werd vervolgens afgebroken en in 1876 komt hij al niet meer op de kadastrale kaarten voor.

In 2005 verrichtte ik onderzoek naar deze molen en schreef er vervolgens een artikel over, dat werd afgedrukt in het blad van de Historische Kring Noordelijk Hunsingo, nr. 32, maart 2006, pag. 3 t/m 12 en in 'De Nieuwe Zelfzwichter', jrg. 10, no. 1, maart 2006, pag. 3 t/m 7, met 3 illustraties.


"De Zwaluw"

de zwaluw, foto: collectie M. Fokkens

"De Zwaluw" omstreeks 1910.

Na de aanleg in 1827 van de Noorderdijk, ontstond in de polder ten noorden van Uithuizen de buurtschap Valom. Hier vestigde zich bakker H. Boddé, die in 1882 een verzoek indiende "om eene bakkerij en stoom pel en koornmolen te mogen oprichten". Het verzoek werd niet ingewilligd, maar vier jaar later probeerde hij het opnieuw. Dit verzoek werd wel toegestaan, doch alleen voor "een wind-koornmolen". De molen kreeg de naam "De Zwaluw".
In 1900 werd het bedrijf verkocht aan Derk van der Laan, die het in 1907 weer verkocht aan Klaas Sikkema. Sikkema liet de achtkante bovenkruier met stelling voorzien van (op één roede, de binnenroede) het in Groningen veel voorkomende zelfzwichtingsysteem.

de zwaluw, foto: collectie Groninger Molenarchief

"De Zwaluw" omstreeks 1940.

In 1942 verkocht Sikkema het bedrijf aan Jacob Start. Op 7 mei 1949 vroeg Start een sloopvergunning aan, waarna de molen in fasen werd afgebroken en in 1950 geheel verdween.


De poldermolen "De Zeemeeuw"

kaart 1934

"De Zeemeeuw" gelegen aan de voet vanb de zeedijk, op een kaart uit 1934.

Door de bedijking van het kwelderland ten westen van de Eemspolder ontstond De Lauwerpolder, welke bijna 300 ha besloeg. De inpoldering kwam gereed in 1892 en in hetzelfde jaar werd aan de zeedijk, Oude Dijk 26, een windvijzelmolen gebouwd, 5 km ten noorden van de kerk van Uithuizen.
De bouwers waren twee bekende molenmakers, t.w. Jacobus Noordewier van Kantens en Christiaan Bremer te Middelstum. De molen, een achtkante bovenkruier, werd uitgerust met de door molenmaker Bremer aan het eind van de 19e eeuw geïntroduceerde zelfzwichting en zelfkruiing. Het laatste gebeurde met twee windrozen achter op de kap, waarmee de molen automatisch op de wind werd gekruid.

zeemeeuw, foto: Het Noorden in Beeld

"De Zeemeeuw" met zelfzwichting en dubbele windrozen omstreeks 1930.

In februari 1934 ging 1 roede verloren, waarna er werd besloten om tot elektrische bemaling over te gaan. De molen werd dan ook in 1935 onttakeld, waardoor alleen nog de stenen onderbouw en het met riet gedekte achtkant overbleef. In 1985 werd het restant van de molen, op last van het waterschap Hunsingo, verwijderd.

In 2000 is het restant van de molen "De Zeemeeuw" naar Anna Paulowna gebracht. Hier was, als gevolg van een ongeluk tijdens schietoefeningen door de Duitsers, de Molen van Jan Dekker aan de Molenvaart verbrand. In 2002 werd aan de Kneeskade 1C een nieuwe molen gebouwd. Deze molen is op een houten onderbouw met aangebouwde schuren geplaatst en heeft, op het bovenwiel na, geen binnenwerk en dus ook geen molenfunctie. De molen met de naam Leonide wordt als woning gebruikt.


In het buurdorp Uithuizermeeden werden ook enige molens gebouwd, waarvan de bekendste is

De "Simson"

Simson, 1900, foto: collectie B. D. Poppen

De "Simson" omstreeks 1900.

Op enkele oude kaarten staan reeds in de 17e en 18e eeuw een molen getekend bij het dorp Uithuizermeeden. Omstreeks 1819 werd een oude standerdmolen van H. B. Stuivinga wegens ouderdom gesloopt en vervangen door een achtkante bovenkruier. De molen kreeg de naam "Simson" en werd ingericht als pelmolen. In 1830 verkochten de erfgenamen van Stuivinga “een voor weinige jaren nieuw gebouwde welbeklante pelmolen” aan B. F. Wiersum. Op 14 juni 1844 kreeg hij vergunning om de molen mede in te richten voor het malen van graan.
In 1865 werd J. W. Maarhuis eigenaar. Zijn erven verkochten in 1917 de molen aan D. Schuur.
Vier jaar later werd graanhandelaar J. Moorlach eigenaar van de molen voor ƒ 10.850,-. De molenaar K. Veenstra bemaalde de molen tot 1937 voor het bedrijf Moorlach. De molen kreeg een ijzeren as, en op één roede zelfzwichting, later werd dit uitgebreid tot beide roeden.
In 1937 werd de molen gesloopt en kwam er een moderne meelfabriek voor in de plaats, welke nog steeds bestaat.


De tweede molen te Uithuizermeeden was een vóór 1781 gebouwde korenmolen. Dit was een rietgedekte achtkante grondzeiler op veldmuren. De vlucht van de molen bedroeg 76 voet. De molen was gelegen 800 m ten noordoosten van de kerk, aan de oostzijde van de weg. Een voorganger van deze molen, een vóór 1628 gebouwde standerdmolen mocht volgens de resolutie van de Groninger Staten van 12 augustus 1628 blijven staan .

minuutplan

Op bovenstaande uitsnede van de kadastrale minuutplan van Uithuizermeeden, sectie G, blad 1, is de molen ingetekend onder nummer 467. Er boven is de sarrieshut getekend, die heden ten dage nog aanwezig is. De molen was uitgerust met twee paar maalstenen en werd in 1881 of 1882 in opdracht van Jan Willem Maerhuis afgebroken.


"De Hoop"

In het buurtschap Hefswal 2.5 km ten noorden van de kerk van Uithuizermeeden, werd in 1881 een achtkante stellingmolen gebouwd. Eigenaar van deze koren- en pelmolen was J. H. van der Molen.

De Hoop, Hefswal, foto: collectie B. D. Poppen

           

           

           

           

De korenmolen
"De Hoop"
te Hefswal
omstreeks 1930.

           

           


In 1917 werd P. van der Molen de nieuwe eigenaar.
Tijdens een noordwester storm in januari 1935 werd de molen beschadigd.
Op 6 mei 1949 werd een sloopvergunning verstrekt en in het voorjaar van 1950 werd de bovenbouw gesloopt. In 1972 volgde een groot deel van de onderbouw, terwijl in 1977 de laatste restanten werden opgeruimd. Het voormalige molenaarshuis heeft de tand des tijds overleefd en is nog steeds aanwezig.


In het dorp Roodeschool stond eveneens een molen.

"De Haas"

Aan de zuidzijde van de Hooilandseweg (nummer 50) werd een koren- en pelmolen gebouwd, waarvan de eigenaar P. Rubertus was.

De Haas, foto: collectie B. D. Poppen

           

           

           

           

           

           

De korenmolen
"De Haas"
omstreeks 1935.
           

In 1932 bracht de fa. Bremer in licentie een Dekkerwiek met zelfzwichting aan, de andere roe was Oudhollands opgehekt.
Op 7 mei 1949 werd een sloopvergunning afgegeven, waarna de molen werd afgebroken.
In het gebouw achter de voormalige molen is nog een maalstoel aanwezig.

Onderstaande kaart toont een uitsnede uit de TMK veldminuut van 1853 met de molen aan de zuidzijde van de Hooilandseweg te Roodeschool.

uitsnede veldminuut 1853

"De boekweit- en mosterdmolen"

Aan de noordzijde van de Hooilandseweg te Roodeschool is op de kaart eveneens een molen te zien.
Dit is de in 1845, in opdracht van Willem Klaassen Mulder gebouwde boekweit- en mosterdmolen. Tien jaar later, in 1855, het jaar van de afschaffing van de belasting op het gemaal, verkreeg G.E. Star vergunning de molen tevens in te richtten tot korenmolen. De molen had geen goed gesternte want in 1869 verloor de molen tijdens de storm van 16 op 17 december beide roeden, bovenas en bovenrad. In 1876 werd de molen reeds weer gesloopt.


In het buurtschap Oosteinde, aan de Radsweg 12, ten oosten van Roodeschool, heeft eveneens een molen gestaan, die bekend is gebleven als:

"De molen van Weert"

uitsnede veldminuut; bron: watwaswaar

De bovenste kaart toont een uitsnede uit de TMK veldminuut van 1853 met de molen aan de Radsweg te Oosteinde en de onderste een uitsnede uit de kaart van 1914.

kaart 1914; bron: watwaswaar

De molen, een achtkante bovenkruier, werd in opdracht van Simon Alberts Weer(d)t gebouwd in 1851. In 1896 kocht D. de Weert de molen en in 1916 ging de molen over in handen van A. de Weert.

Nieuwkerkje 1920

Een opname uit 1920 met links het nieuwe kerkje en rechts de molen te Oosteinde.

Op 18 oktober 1932, tijdens een noordwester storm, brak de houten as en verloor de molen het wiekenkruis. Daarna werd m.b.v. een electromotor verder gemalen. In WO II werd de molen stilgezet en afgebroken. De gebouwen vóór de molen werden ingericht als zalen en twee jaar lang werd deze ruimte (na de kerkscheiding) door de synodaal gereformeerde kerkgemeenschap als kerk gebruikt.
In 1949 kocht D. Ekamper het complex. Hij verbouwde het molenaarshuis tot het hotel café restaurant Ekamper. Het voorhuis op het schilderij is nog herkenbaar in het huidige complex, waarin alleen het naambord van het restaurant "De Molensteen" en de aangebrachte vier namen van de opeenvolgende eigenaren De Weert en Ekamper nog aan de tijden van weleer herinneren.

schilderij molen Oosteinde

Het schilderij van het molenhuis en de molen te Oosteinde hangt in hotel Ekamper.


Ook in het buurtschap Oudeschip, ten noordoosten van Roodeschool, heeft een molen gestaan. Deze achtkante stelling molen werd in 1866 gebouwd en was een koren- en pelmolen.

Oudeschip, foto: collectie B. D. Poppen

De molen te Oudeschip omstreeks 1930 met het muldersechtpaar.

Op 18 oktober 1941 brak, tijdens het malen, de houten askop van de molen waardoor de roeden omlaag kwamen. De kosten voor herstel waren echter te hoog en in oktober 1943 werd de molen afgebroken. De laatste molenaar was J. Bakker.


In Oosternieland stond al voor 1628 een molen en deze werd in het begin van de 19e eeuw vervangen door een achtkante molen. In 1825 werd het alleenrecht op het malen van graan, volgens de Wet op het Gemaal van 1822, in het molenressort Oosternieland en Oldenzijl toegekend aan korenmolenaar wed. Olthoff te Oosternieland.

uitsnede kadasterkaart; bron: watwaswaar

De foto toont een uitsnede uit de kadasterkaart met de molen te Oosternieland.

Op de kadastrale minuutplan van Oosternieland is deze molen ingetekend en volgens de bijbehorende OAT was Albert Nannes Dijkhuis eigenaar van deze koorn- en pelmolen.
De molen is op 8 november 1891 afgebrand, waarbij tevens twee huizen verloren gingen.


In het dorp Usquert hebben ooit twee molens gestaan, waarvan alleen de "Eva" nog resteert.

De "Apollo"

Apollo, 1900, foto: collectie B. D. Poppen

De molen "Apollo" omstreeks 1900.

In 1852 liet H. J. Boerma aan zuidzijde van de haven, aan het einde van het Usquerdermaar, een achtkante bovenkruier met stelling bouwen. Deze koren- en pelmolen had op één roede zelfzwichting en een vlucht van 23 meter.
Latere eigenaren waren E. Boerma en M. Grashuis.
De molen werd op 18 januari 1904 verkocht. Hij werd afgebroken en in 1906 weer opgebouwd in Noord-Sleen als grondzeiler. En daar staat hij nog als de korenmolen "Albertdina".

Ook in het buurtschap Wadwerd, ten westen van Usquert, heeft een molen gestaan. Deze werd in 1728 gebouwd en op de kadastrale minuutplan van 1828 staat de molen nog duidelijk ingetekend. Deze zeskante bovenkruier was een pelmolen.

uitsnede kadasterkaart; bron: watwaswaar

De foto toont een uitsnede uit de kadasterkaart met de molen te Wadwerd.

In 1829 kocht L. Welt de molen, waarna hij hem liet afbreken en in Stroobos weer opbouwen.


In het dorp Warffum hebben ooit drie molens gestaan.

Van de molen Bijo resteert nog een stenen onderstuk. Zie voor een beschrijving van deze stellingmolen die in 1957 afbrandde, de betreffende pagina.

De "Cronjé"

Op de plek waar later de molen Cronjé verrees stond reeds in 1630 een standerdmolen.
De molen Cronjé (genoemd naar een Zuid-Afrikaanse generaal uit de Boerenoorlog) werd gebouwd bij de haven en was daardoor per schip bereikbaar. Oorspronkelijk was het een pelmolen, doch na 1855 werd hij tevens ingericht als roggemolen.

Warffum, Cronjé, foto: ?

   

   

   

   

De korenmolen Cronjé met links ervan het molenaarshuis.

 

In de nacht van 21 op 22 augustus 1912 brandde de molen af en werd daarna geheel afgebroken. Alleen het oude molenaarshuis resteert nu nog. De naam leeft voort in de Cronjéstraat.


De "Eureka"

De derde molen te Warffum was de Eureka, een roggemolen, gebouwd in 1840 voor P. D. Boijkema en staande even ten noordwesten van de Lasthoestil aan de Westervalge. In 1876 kocht R. Offeringa de molen en legde het accent op de productie van gort.
In het voorjaar van 1927 werd het gevlucht en de kap van de molen verwijderd, waarna er op motorkracht werd overgestapt. In 1963 verkocht Offeringa de molen en in 1966 volgde nogmaals een verkoop, waarna het molenrestant eind 1968 werd afgebroken. De naam Eureka bleef voortbestaan, doordat de met name van de gortproductie bekende fabrikant E. Offeringa, afkomstig uit Warffum, zijn in Wetsinge staande pelmolen, na de restauratie in 1952, van deze naam voorzag.

Warffum, Eureka, foto: ansichtkaart

 

   

   

   

   

De koren- en pelmolen Eureka.

 

In november 2002 is bij graafwerkzaamheden aan de Westervalge te Warffum, op de locatie van de oude molen Eureka, een molensteen in de grond gevonden. Het is een 17der blauwe of ’Duitse’ steen (Ø 150 cm), met 168 kerven, waarvan 22 kerven van het kropgat tot aan de buitenzijde. De 17 cm dikke steen is voorzien van drie zwelgaten, die later met cement zijn dichtgesmeerd. Zie de foto. De steen zal ongetwijfeld van de roggemolen Euréka zijn geweest en is nu in de molen "De Liefde" te Uithuizen te zien.


In het dorp Kantens staat nog altijd de molen "Grote Geert".

Een paar honderd meter westelijker stond eveneens een korenmolen. Op de kadastrale minuutplan van 1828 zijn op deze plek de stiepen van een standerdmolen getekend. De sarrieshut die ervoor stond is nog steeds aanwezig, doch rigoureus verbouwd en daardoor onherkenbaar geworden.

uitsnede kadasterkaart

De foto toont een uitsnede uit de kadasterkaart met de beide molens te Kantens. In de onderste cirkel staat de verdwenen standerdmolen.


De poldermolen van de Kooipolder

Aan het Koksmaar, ca. 1 km ten noordwesten van Kantens, werd in 1877 ter bemaling van de polder Kooi (267 ha) een molen gebouwd. De molen had een vlucht van 20,5 meter, uitgevoerd met zelfzwichting.

Kantens, Kooipolder, foto: W.O. Bakker

           

           

           

           

           

 

Foto: W.O. Bakker

Doordat de polder in 1948 aan de Usquerderweg een elektrisch gemaal kreeg, waardoor de molen niet meer gebruikt werd en kwam stil te staan, raakte de molen snel in verval. Op 27 augustus 1960 werd een sloopvergunning afgegeven, waarop de molen in januari 1961 werd gesloopt. Onderdelen van deze molen zijn in 1968 samen met de onderdelen van de poldermolen van de polder Gebr. Bos uit Vierverlaten, gebruikt voor de bouw van een koren-recreatiemolen te Vledder (Dr).
De molen was eigendom van het Waterschap De Kooi of Kooipolder.


In het dorp Zandeweer staat de molen "Windlust".

Ooit stond een paar honderd meter zuidelijker aan de weg naar Eppenhuizen een

Pelmolen met olieslagerij

Zandeweer, zeskant, foto: ?

Ter vervanging van een voorganger liet H. M. ter Borg in 1818 een zeskante met riet gedekte stellingmolen bouwen, met een stenen onderachtkant en een vlucht van 75 voet. Deze molen werd ingericht als olie- en pelmolen, met twee pelstenen en een olieslagerij met twee oliekelders.
De zeskante molen bleef tot 1832 eigendom van Ter Borg. In dat jaar volgde overdracht aan het echtpaar Kolverschoten en MacDonald.
Sinds 1843 was P. K. Westerhuis eigenaar en in 1862 nam R. H. Heemstra de molen over. In 1893 was C. Ausema te Uithuizermeeden eigenaar, die de molen op 26 januari 1899 verkocht aan J. H. Nanninga en C. van Veen te Niebert. De molen werd vervolgens afgebroken en te Niebert (gemeente Marum) als stellingkorenmolen herbouwd door molenbouwer U. Holman te Stroobos. Hier is de molen nog steeds aanwezig.
De molen was volgens B. van der Veen Czn. in zijn laatste jaren te Zandeweer met zelfzwichting uitgerust.

De sarrieshut, op de foto rechts van de molen, waarin in de noordgevel de steen met het wapen van de provincie Groningen is gemetseld, bleef behouden en staat aan de Molenhorn nr. 27, de weg naar Eppenhuizen.


In het buurtschap Eppenhuizen ten zuiden van Zandeweer stond eveneens een molen.

De "Hoop op Behoud"

Eppenhuizen, Hoop op Behoud, foto: ?

Deze pel- en korenmolen werd in 1858 door molenmaker Heinrich Bremer van Middelstum in opdracht van R. D. Mulder gebouwd. Het was een achtkante bovenkruier met stelling, met op 1 roede met zelfzwichting en een vlucht van 70 voet (20,45 m). Op een geteerd houten onderstuk stond een middenstuk van geasfalteerd hout en een eveneens geasfalteerde kap.
Mulder werd in 1877 opgevolgd door D. Stuivinga en later door H. Stuivinga. In 1939 werd de molen verkocht aan A. Bos te Zandeweer. In 1953 viel door door een storm de zwichtstelling van de molen.
Op 15 juni 1955 werd een sloopvergunning afgegeven, waarna de molen door de molenmakers Wiertsema en Roemeling van Eexta werd afgebroken.

Ook in Oldenzijl, Rottum en Stitswerd hebben koren- en pelmolens gestaan.
Daarnaast hebben op het grondgebied van de gemeente Eemsmond meerdere kleine poldermolens gestaan, waarvan sommige van het type spinnenkop.


Deze pagina is onderdeel van   de-liefde-logo   de homepage van B. D. Poppen.
owl

updated           -       Copyright © 2000/2014             up