Oliemolen "De Passiebloem" te Zwolle

Eén van de weinige bewaard gebleven windoliemolens in Nederland en één van de twee nog bestaande molens in de gemeente Zwolle.

oliemolen De Passiebloem, foto: ?

achtkante stelling oliemolen,
met twee aangebouwde schuren
stellinghoogte: 6.65 m
houten voet
romp en kap: hout met riet gedekt
gelaste stalen roeden, in 1963 gefabriceerd door de firma Schuitema uit Dorkwerd
oud-Hollands opgehekt (met windborden)
vlucht: 23 meter
bovenas: 6,80 m
vlaamse vang met stut !
rollen kruiwerk met ijzeren rollen en kruirad

kollergang met kantstenen,
diameter 150 cm, dikte 50 cm
voorslag: 1 slaghei, 1 loshei en 2 stampers, vuister
naslag: 4 stampers, 1 slaghei, 1 loshei, vuister

overbrengingen:
bovenwiel: 58 kammen, steek 13,5 cm
bovenbonkelaar: 35 kammen, steek 13,5 cm
onderbonkelaar: 21 kammen, steek 13,5 cm
wentelwiel: 64 kammen, steek 13,5 cm
rondsel: 24 staven, steek 13,5 cm
steenwiel: 75 kammen, steek 13,5 cm
kranswiel: 2x (vuisters) 41 kammen, steek 10 cm
overwerker: 2x (vuisters) 37 kammen, steek 10 cm
spinbol: 2x (vuisters) 13 kammen, steek 10 cm
overbrengverhouding: bovenwiel-kollergang 1:0,53; bovenwiel-wentelwiel 1:0,54; vuisters 1:1,71

geschiedenis

Over de geschiedenis van "de Passiebloem" is tot ca. 1900 weinig bekend. De molen is rond 1928/1930 gestopt met produceren en werd in 1931-1932 aangekocht door de gemeente Zwolle van de fa. Visscher en Gorter, fabrikanten te Almelo, voor opslaggebruik. In de oorlog werd er voedsel voor de gaarkeuken bereid en na de oorlog werd er inboedel van mensen met schulden bewaard. De molen is tot ca. 1953 verhuurd geweest aan de fa. Reinders te Zwolle.

In 1953 werd de huur aan de fa. Reinders opgezegd en waarschijnlijk werd de molen tot aan de restauratie in 1965-1966 niet weer gebruikt.

De ingrijpende en hoognodige restauratie werd uitgevoerd door molenbouwer Medendorp uit Zuidlaren voor fl. 50.000,--. Er volgden toen een aantal goede jaren voor de molen en met name op Nationale Molendag draaiden de wieken. Echter gebruik en exploitatie bleven moeilijke zaken, zodat de molen al gauw weer achteruit ging. Ondertussen werd de molen wel verhuurd als dependance van het Provinciaal Overijssels Museum die in de molenschuren een afdeling oude ambachten onderbracht.

Door het ontbreken van vooral rijksmiddelen duurde het tot 1984 voordat de gemeente Zwolle besloot zelf de restauratie ter hand te nemen. Deze restauratie werd uitgevoerd door molenbouwer Groot Roessink uit Voorst in samenwerking met het werkverband Herfte ccw.

Op Nationale Molendag 11 mei 1985 werd de molen volledig gerestaureerd weer in bedrijf gesteld.

Vier opgeleide vrijwillige molenaars verzorgen de molen en maken het mogelijk dat deze weer regelmatig kan draaien.

Sinds kort wordt op de molen ook weer olie geslagen, waarmee het oude ambt en de originele functie van de molen weer in ere zijn gesteld.

Op de eerste en de derde zaterdag van de maand van 10.00 tot 16.00 is te molen geopend voor bezoekers. Ook kan dan de door de molenaars zelf geslagen lijnolie worden gekocht.

De molen staat aan de Vondelkade 175, dichtbij de oostelijke ringweg.


Hieronder het interview dat een journalist van De Stentor met molenaar Ada Meurs had.

Ada Meurs blijft molenaar met passie

door Wilko ten Dam

4 augustus 2005 - Zwolle - Mensen zijn veranderd na een bezoek aan een molen. Ada Meurs (45) weet het zeker. ‘Het klinkt waarschijnlijk zweverig’, zegt de vrijwillige molenaar van De Passiebloem. ‘Het is iets oers, kijk maar eens hoe het kinderen raakt.’ Overmorgen is de molen weer open, nadat de opslagschuren in oorspronkelijke staat zijn hersteld.
De woorden van Meurs blijven hangen. Met de ogen dicht is de kracht van de molen voelbaar. ‘Als kind kroop ik helemaal naar boven, tot in de kap. Ik voelde daar de puurheid, ik voelde de wind. Je schudt mee.’
De molen hamert en knarst, er hangt energie in de lucht. ‘Het ontroert mij. Die kracht. Ik heb veel ontzag voor de wind.’
De oliemolen (er wordt lijnolie uit lijnzaad geperst) van 1776 is bijna dertig meter hoog. De stelling, zeg maar de omgang, zit op 6.65 meter. Naar beneden kijken is niet raadzaam. De grond beweegt, de lucht en molen overigens ook.
‘Hoogtevrees’, meldt Meurs. ‘Dat is gezond. Als je het niet hebt, kan het leiden tot roekeloosheid.’ En, zegt ze, in elk hoekje ligt de dood op de loer.
Ze zet de wieken stil: rust daalt over de molen. ‘Imposant, hé? Ik ben ongelooflijk gelukkig als ik hier ben. "De hemel geeft, wie vangt die leeft“. De wind wordt hier gevangen.’ Ze steekt de handen in de zakken van haar kaki overall. Wijst naar de wieken. ‘Als ik er in klim denk ik altijd: ‘Ik ben er nooit uitgevallen, waarom zou het nu gebeuren?’ Anders word je gek. Het is erg hoog.’
In 1972 werd het gilde van vrijwillige molenaars opgericht. Het vakmanschap moest bewaard blijven. Op deze manier zijn veel molens in Nederland blijven draaien.
‘Er is geen winstoogmerk. We krijgen wel eens tips over hoe we het zouden moeten aanpakken. Maar het is niet voor niets misgegaan. In deze molen kan zeventig liter olie worden gemaakt in zestien uur. Dan zijn we met vier man keihard aan het werk. Weet je hoe snel dat in een fabriek gaat? Dertig seconden. Zoiets win je nooit.’
En dat is ook niet de doelstelling. De zes molenaars van De Passiebloem willen slechts de wieken laten rondwentelen. ‘En dat op dezelfde manier als vroeger. Maar het blijft een benadering.’ Ze houdt, zegt Meur, een achterstand op echte molenaars. Ook al doet ze het al ruim dertig jaar. ‘Als het gaat om weerkennis, is de achterstand groot.’ En de kennis is onontbeerlijk om in te kunnen springen op veranderingen. ‘Je moet het weer per half uur kunnen inschatten.’
De geur in het binnenste van de molen brengt de geschiedenis binnen handbereik. Hout, eeuwenoud hout. Molenaars uit vervlogen tijden zwoegen, balken kraken onder stormen. De stem van Meurs brengt de werkelijkheid terug. ‘Weet je hoe het heet als het zaad op de steen wordt gegooid? Een loopje nemen. En je wordt in de maling genomen als iemand een loopje met je neemt. Het is letterlijk vertaald en komt dus hier vandaan.’
Meurs wijst, legt uit en verklaart. Alles met een liefkozing in de stem. ‘Wij molenaars houden van molens, al is dat natuurlijk wel relatief.’
De liefde heeft geleid tot het in stand houden van De Passiebloem. De beide schuren in authentieke staat terugbrengen is een welhaast logisch gevolg. De poepdoos is teruggeplaatst, de opslag voor veekoeken (gemaakt van lijnzaad) wordt op dezelfde plek opnieuw gebouwd. Daarnaast komt een expositieruimte. ‘We willen overbrengen wat hier in de laatste eeuwen is gebeurd. Een molen is een brok geschiedenis. En het is prachtig om dat te kunnen doorgeven.’
Ze is nog steeds het meisje dat onder de kap kroop. Tientallen jaren ervaring hebben het enthousiasme niet vermalen.


Vermelding op de Nederlandse molendatabase: De Passiebloem en op de database van De Hollandsche Molen: De Passiebloem.


Deze pagina is onderdeel van   de-liefde-logo   de homepage van B. D. Poppen.

owl

updated           -       Copyright © 1999/2014             up