Koren- en pelmolen "De Onrust" te Oude Pekela

De Onrust (Foto: B. D. Poppen)

Ooit stonden er in Oude Pekela een kleine tiental molens, zowel koren- en pelmolens als oliemolens, houtzaagmolens en water(polder)molens.
Maar ook hier heeft, zoals eveneens elders, de mechanisering het uiteindelijk gewonnen van de windkracht.
Gelukkig is er één molen bewaard gebleven en die is te vinden midden in het dorp, naast het gemeentehuis.
Deze in opdracht van Remke Bruggers in 1850 gebouwde koren- en pelmolen is in 1956 door de gemeente Oude Pekela voor fl. 10.000,- aangekocht van de laatste beroepsmolenaar, de heer L. Heeres.
Sinds 1969 is deze molen aangewezen als beschermd monument.
In 1987 is de molen gerestaureerd door molenmakersbedrijf Molema.
Nu wordt de molen bediend door vrijw. molenaars die geïnteresseerden graag een rondleiding geven.

Foto: B. D. Poppen - 2000

Beschrijving van de molen

De molen heeft zes ruimten, t.w. begane grond, 1e zolder, 2e zolder, maalzolder, steenzolder, overstap ter hoogte van het luiwerk en kapzolder.
De molen heeft aan de zuidzijde één ingangspoort, een tweede er tegenover is dichtgemetseld. Op de begane grond bevinden zich twee toiletten en een kantoortje.
De molen is gebouwd van hout, voorzien van asfaltpapier, zoals veel gebruikelijk op noordelijke molens, en staat op een stenen onderbouw met lisenen (pilastervormig uitspringende verticale muur) en met een geasfalteerde houten kap.
De hoogte van de stelling bedraagt 10,10 meter en die is geschoord met acht schoren die voorzien zijn van hulp- of schrankschoren, een typisch noordelijke constructie die men ook wel kraaiepoten noemt.
De schoren rusten niet op vinken maar zijn ingemetseld in de muur en voorzien van een kram. Per stellingveld zijn er vier liggers.
De stellingdeuren zijn dubbel uitgevoerd, iets wat op vele Groninger molens voorkomt.
De roeden hebben een vlucht van 73 voet (21 meter) en zijn Oud-Hollands opgehekt (dus met zeilen) met windborden, het hekwerk heeft geen wafels.

In de vernieuwde kap bevindt zich een Vlaamse vang en de vangbalk, gemaakt van een onbewerkte boomstam, is voorzien van een duim met beugel, haak of kram.
De vangstok is beschilderd met prinsjeswerk (rondgaande kleuren) en voorzien van een vangketting met houten kralen. De lange spruit is tevens ijzer- of busbalk en heeft één poortstok.
De kap wordt gekruid d.m.v. een schuif- of voeghouten kruiwerk en een kruilier aan de staartbalk.
De gietijzeren as is in 1876 gegoten door de ijzergieterij Prins van Oranje en heeft nr. 1031.
Op de steenzolder liggen drie koppels stenen t.w. het noordelijk en het zuidelijk koppel met een diameter van 151 cm, waarvan de lopers beide 31 cm dik zijn en een klein koppel (wolfjes) op het westen met een diameter van 101 cm. De stenen worden in en uit het werk gezet door het met de hand verschuiven van de ijzerbalk (zwaai- of sleutelbalk), het verplaatsen van een losse pal en een wig.
Onder de maalzolder bevindt zich een pelsteen, waarvan ook de steenspil nog aanwezig is.
Veel in de molen is nog authentiek, iets dat met name opvalt bij het lichtwerk van de drie koppels stenen en het kammenluiwerk.

Enige getallen

Het bovenwiel is uitgevoerd met 65 kammen, de bonkelaar met 36 kammen en het spoorwiel met 90 kammen. Het oostelijk steenrondsel (van de pelsteen) is uitgevoerd met 22 staven, het noordelijk steenrondsel met 28 staven, het zuidelijk steenrondsel met 25 staven en het westelijk steenrondsel (kleine steen) met 22 staven.
De overbrengverhouding van de pelsteen bedraagt: 1 tot 7,38; de overbrengverhouding van het noordelijk koppel 5,8; de overbrengverhouding van het zuidelijk koppel 6,5; en de overbrengverhouding van de wolfjes bedraagt 7,38.
Het luiwiel is uitgevoerd met 17 kammen, de luibonkelaar met 24 kammen.

Geschiedenis

De molen "De Onrust" heeft een voorganger gehad, die in 1785 werd gebouwd in opdracht van Hindrik Jans Klatter. De familie Klatter was ook eigenaar van de oude standerdmolen, die aan de zuidzijde van het Pekelderdiep heeft gestaan, ter hoogte van de voormalige Veendijk. Deze molen werd afgebroken en vervangen door een nieuwe molen, die in 1799 aan de Veendijk werd gebouwd.

Over het molenaarsgeslacht Klatter te Oude Pekela heb ik een artikel geschreven, dat is afgedrukt in het 'Jaarverslag 2007 van het Kapiteinshuis Pekela / Stichting Westers' (verschenen februari 2008), pag. 7 t/m 16, met 6 illustraties. Het artikel is tevens voorzien van een beknopt genealogisch overzicht van deze familie.
Dit jaarverslag is te downloaden van de website van Het Kapiteinshuis Pekela.

Over een ander belangrijk molenaarsgeslacht te Pekela, namelijk Koster, schreef ik eveneens een artikel, dat in het 'Jaarverslag 2009 van het Kapiteinshuis Pekela / Stichting Westers' (verschenen februari 2010), pag. 6 t/m 14, met 23 illustraties. Het artikel is eveneens voorzien van een beknopt genealogisch overzicht van deze familie. Een summiere versie en zonder de genealogische gegevens is verschenen in het blad van het Groninger Molenhuis 'De Zelfzwichter', jrg. 13, no. 3, oktober 2009, pag. 3 t/m 6, met 5 illustraties: Koster-artikel.

2 molens

Op deze ansichtkaart is de molen "De Onrust" te zien, met rechts ervan, doch zeer onscherp, de molen van Koster.

De geschiedenis van de huidige molen "De Onrust" is enigszins te achterhalen uit berichten die in de provinciale en regionale bladen verschenen en die door D. Kuil in zijn boek "Kroniek van Pekela (1558) 1599 - 1999" zijn verzameld.
Zo is op 13 augustus 1849 in de Provinciale Groninger Courant te lezen hoe de molen aan de Veendijk in brand geraakte, alsook de voorganger van de molen "De Onrust".

"Op heden trof de gemeente Oude Pekela een aanmerkelijke ramp. Omstreeks 11 uur in de voormiddag ontstond er brand in de met riet gedekte korenmolen van H. L. Mulder, welke brand zo hevig werd, dat er aan het stuiten van de vlammen niet meer te denken was. Eer de molen instortte, had de brand zich door een vlammend stuk zeildoek meegedeeld aan de eveneens met riet gedekte pelmolen, in gebruik bij T. P. van der Ark, en nam hij door de sterker wordende wind in weinig tijd zodanig toe, dat er niets meer tegen te doen was. En toen ontstond er, door vuur en vonken, die tot op verre afstand vlogen, brand in de schone, de vorig jaar nog vertimmerde boerenbehuizing van de landgebruiker W. H. Kiers, op Zuiderveen. In een oogwenk stond dat gebouw in laaie vlam. Al het reeds ingebrachte, met name 90 voeren rogge en de ganse voorraad hooi, en voort twee stieren, vijf varkens, het ganse boerenbeslag en een gedeelte van de inboedel verbrandde."

En op 23 november 1849 is in de zelfde krant te lezen:

"Verkoop te Oude Pekela van een behuizing, schuur, erf, tuin, drift en aanhorige molenwerf, met de daarop aanwezige overblijfselen van een in augustus jl. afgebrande pel- en roggemolen, alles staande en gelegen te Oude Pekela, noordkant, stadsgrond, in eigendom toebehorende aan Remke J. Bruggers, eigenaar en landgebruiker te Blijham, en in huur bij T. van der Ark te Oude Pekela."

De Onrust in vroeger dagen. Foto: Het Groninger Molenarchief

De molen werd weer opgebouwd, zo toont deze foto uit vroeger dagen.

Het gevlucht is uitgevoerd met op één roede zelfzwichting en op de andere oud-hollands, beide met windborden.

De oude, voormalige verbinding met de hoofdweg langs het Pekelder diep, werd toen nog gevormd door een zandpad.

 

Foto:
Het Groninger Molenarchief

De Winschoter Courant meldt op 12 november 1956:

"De gemeenteraad van Oude Pekela besluit tot aankoop van de enige molen die deze plaats nog rijk is, molen De Onrust, in het centrum van deze plaats, voor fl. 10.000,-."

Eigenaar op dat moment is de heer L. Heeres.

En op 3 mei 1957 meldt deze krant:

"De aankoop van molen De Onrust, waartoe onlangs door de gemeente Oude Pekela werd besloten, wordt niet goedgekeurd door Gedeputeerde Staten."

Blijkbaar gaat de aankoop uiteindelijk toch wel door, want op 17 mei 1960 meldt dezelfde krant:

"De gerestaureerde molen De Onrust te Oude Pekela wordt weer officieel in gebruik gesteld door de heer S. H. de Groot, lid van Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen."

In ditzelfde jaar wordt de molen aangewezen als beschermd monument.

Een bericht op 16 april 1987 meldt:

"De karakteristieke korenmolen Onrust in het centrum van Oude Pekela krijgt momenteel een omvangrijke opknapbeurt. De stelling wordt compleet vervangen. Binnen wordt de maalinstallatie volledig vernieuwd, zodat die straks weer graan voor de bakker kan malen."

Dit karwei wordt uitgevoerd door molenmakersbedrijf Molema.

En op 10 maart 1995 is te lezen:

"De monumentale molen De Onrust, in het centrum van Oude Pekela, is aan de ketting gelegd. Elke donderdag tijdens de markt en de molendagen draaien de wieken tot plezier van het publiek. Maar nu is het te gevaarlijk, omdat de molen nodig aan een opknapbeurt toe is. Er vliegen stukken van de wieken af, als ze draaien."

Gelukkig is ook dat weer hersteld en momenteel draait de molen weer tot veler vreugde.


Tik van de molen

Het artikel over de (voormalige) vrijwillig molenaar en instructrice van de molen De Onrust werd opgenomen in de rubriek "Tik van de molen", die in 2009 in het Dagblad van het Noorden werd gepubliceerd.


Molenaars: Dirk Meter en Joop Noorlander
Telefoon: 0599 35 43 25
Openingstijden: zaterdag 9.00 - 12.00 uur en op afspraak


Vermelding op de Nederlandse molendatabase: De Onrust en op de database van De Hollandsche Molen: De Onrust.


Deze pagina is onderdeel van   de-liefde-logo   de homepage van B. D. Poppen.

owl

updated           -       Copyright © 2000/2014             up