De "Monnikenmolen" van Sint Jansklooster

Monnikenmolen (Foto: ansichtkaart)

Type: achtkante stellingkorenmolen
Bouwjaar: 1857
Restauratie: 1996
Eigenaar: gemeente Brederwiede
Nummer 6A van het Nederlands Molenbestand
Stellinghoogte: 4.30 meter
Romp: houten achtkant
met riet gedekt
Kap: hout met riet gedekt
Onderbouw: gemetselde achtkant met lisenen
Belthoogte: 0,80 meter
As: gietijzer, gegoten in 1996 met ingegoten tekst "Straver Almkerk", een verwijzing naar de eigenaar van het gietmodel
Aslengte: 5,74 meter; de pen ligt in een broeksteen
Het bovenwiel heeft 59 kammen, de bonkelaar heeft 28 kammen, steek 11,6 cm;
het spoorwiel heeft 101 kammen en het steenrondsel 33 staven, steek 8,2 cm;
de overbrengingsverhouding is: 1 tot 6,45.
Op de begane grond bevindt zich een maalstoel met een koppel kunststenen met mechanische onderaandrijving, tevens bevinden zich daar een silo en een Jacobsladder. Op z'n zij staat tegen de muur een pelsteen.
Op de stelling- of maalzolder bevindt zich een nieuwe builmachine.
Op de steenzolder ligt een koppel blauwe 15der tarwestenen.
Er is een overloop op de plaats van het kammenluiwerk; er is geen gaffelwiel. Het rad heeft 32 kammen en het rad op de luias 16, steek 10 cm.
Rond het bovenwiel is een Vlaamse vang die werkt middels een duim en kram.
De molen heeft een voeghouten-schuifkruiwerk en een dubbelwerkende kruilier met rondgaande ketting.

In de achtkant bevinden zich 3 bintlagen. Eén van de draagbalken van de stellingzolder is een vml. houten roede, de heklatgaten hierin zijn duidelijk zichtbaar.
De molen heeft twee toegangsdeuren, één op het westen en één op het oosten.
In het voorkeuvelens zijn zowel aan de keer- als aan de weerstijl uitneembare smeerklossen met een wervel bevestigd.
De acht stellingschoren zijn niet op vinken bevestigd, maar rusten in de lisenen, ze zijn voorzien van schrankschoren (hulpschoren). De binnensluiting rust op vinken die alleen in de lisenen zijn aangebracht.
De roeden zijn van het fabrikaat Derckx bv te Wessem L., nrs. 845 en 846 en voorzien van bussen voor de hekstokken. Binnenroede 20,50 meter, buitenroede 20,60 meter, hekbreedte 1,70 meter, Oud-Hollands opgehekt met windborden.
De buitenroede heeft witte en de binnenroede bruine zeilen.
In de kap zijn de rooster- of hemelluiken voor de helft aangebracht, de andere helft bestaat uit fijnmazig gaas.

De molen is in drie kleuren geschilderd, t.w. groen voor de stelling, staart, spruiten, stellingschoren, borden en luiken. Geel voor de achterkeuvelens, kuip, roeden en voorzoom. Roodbruin voor de binnenzijde van de deuren en kozijnen.

Naast de molen is een bezoekerscentrum gebouwd, eveneens rietgedekt, waar ook enige molenartikelen te koop zijn.
De molen staat op de hoek Bergkampen / Molenstraat en er langs loopt zowel een fiets- als een wandelroute en aan de andere zijde van het dorp bevindt zich het bezoekerscentrum "de Wieden" van de vereniging Natuurmonumenten, waar een tjasker is te bewonderen.

Openingstijden:
Op woensdag- en vrijdag van 13.30 - 17.00 uur en op zaterdag 10.00 - 17.00 uur. In het winterseizoen is de molen alleen zaterdags geopend.

De molens wordt tevens gebruikt als instructie- en opleidingsmolen voor vrijwillig molenaars. Inlichtingen voor deze opleiding, tel. 0321 31 74 65.

De geschiedenis van de molen

Ter gelegenheid van het gereedkomen van de restauratie in 1996, verscheen er van de hand van Dick Zweers een 64 pagina's tellend boekje "De Monnikenmolen van Sint Jansklooster". Dit boekje is in het bezoekerscentrum te koop. Uit dit geïllustreerd boekje is het onderstaande overgenomen.

" De huidige molen werd gebouwd als opvolger van een standerdmolen, waarin naast het malen van koren ook gerst en rijst werd gepeld (het verwijderen van het buitenste vliesje om de graankorrel). De oprichting van deze standerdmolen gaat terug tot de stichting van het nabij de molen gelegen convent Sint Janskamp in 1399. In de periode 1420 - 1457 verkreeg het convent het windrecht voor de molen. Ook andere eeuwenoude bronnen geven aan dat er nabij het convent een standerdmolen stond. Het was in die tijd gebruikelijk dat de eigenaar van de molen, die de molen ook het windrecht had gegeven, het onderhoud betaalde voor het uitwendige deel van de molen, terwijl de pachter het onderhoud betaalde aan het gaande werk.
Na de overwinning van de Reformatie in N.W. Overijssel in 1581 werden alle Rooms Katholieke bezittingen door het gewestelijk bestuur van Overijssel (toen bestaande uit Ridderschap en Steden) in beslag genomen en de uitoefening van de katholieke eredienst verboden. Om deze in beslag genomen goederen goed te kunnen beheren, stelden de Staten rentmeesters aan. Dit rentambt voor Sint Jansklooster en omgeving werd tot 1803 uitgeoefend.
In 1720 werd de molen aan particulieren verkocht.
In 1780 koopt Jannes van Benthem de molen. Hij is de eerste telg van deze molenaarsfamilie die tot 1991 de molen in bezit zou hebben.
In 1857 liet Evert van Benthem (1821 - 1888) de standerdmolen afbreken en een nieuwe stellingmolen met meerdere maalgangen bouwen om ook meerdere producten gelijktijdig te kunnen malen.
Omstreeks 1914 werd, om ook in windstille perioden toch te kunnen malen, op de begane grond een maalstoel geplaatst, waarbij de aandrijving geschiedde door een zuiggasmotor, daar Sint Jansklooster pas in 1927 op het electrisch net werd aangesloten. Later is deze motor vervangen door een electromotor. Rond 1940 was het windmaalbedrijf geheel stop gezet en werden wiekenkruis, staart en stelling verwijderd. De molenromp was nu volgebouwd met diverse silo's.
In 1960 werden de kap en de bovenas van de molen gehaald. Gelukkig werd de as hergebruikt bij de restauratie van de zaagmolen "De Rat" te IJlst (Fr.).
Reeds in 1922 had de fam. Van Benthem in het naburige Blokzijl  een tweede maalderij in bedrijf genomen en deze werd voor de firma Van Benthem steeds belangrijker. Ondanks dit gegeven werd in de periode 1962 - 1975 de molenromp met zijn rietdek nog steeds onderhouden. De opening in 1982 van een nieuwe fabriek in Vollenhove betekende het einde van de bedrijfsvoering op deze eeuwenoude molenlocatie en kwamen de pakhuizen en de flink ingebouwde molen leeg te staan.
In 1989 werd het initiatief genomen om de molen weer als maalvaardig werktuig te herstellen. Na veel verwikkelingen werd in 1995 de restauratievergunning verleend, waardoor een impuls werd gegeven om het massatoerisme in de omgeving van Giethoorn om te buigen naar meer culturele en educatieve recreatie. "


Vermelding op de Nederlandse molendatabase: Monnikenmolen en op de database van De Hollandsche Molen: Monnikenmolen.


Deze pagina is onderdeel van   de-liefde-logo   de homepage van B. D. Poppen.

owl

updated           -       Copyright © 1999/2014             up