Lof van een watermolen


Een molen is een zeldzaam ding.
In polders past hij zonderling.
Maar tot sieraad voor praal en pracht,
Zo werd hij niet metal geacht.
Dus dient wel op het stuk gelet,
Waardat een molen werd gezet.
Als hij met kennis werd geplant,
Is hij de fleur van 't vaderland.
Schikt al zijn werk op steek en maat,
Zodat hij na proportie gaat,
Dan schaft hij spijs voor mens en vee.
Ik noem hem salus patriae.
Hij drijft het gras en klaver uit,
Hij maakt dat al 't geboomte spruyt.
Hij schaft ons honing en de was,
Hij vordert al het veldgewas.
Hij schaft ons melk, hij schaft ons brood,
Hij schaft ons kruiden voor de dood.
In 't eind voorziet hij al dat leeft,
En 't geen de mens van node heeft.

(archief Heerhugowaard)

blz. 170 J. J. Schilstra "Wie water deert"

 


terug   naar de Molen folklorepagina


Deze pagina is onderdeel van   de-liefde-logo   de homepage van B. D. Poppen.

owl

updated           ∴       Copyright © 2000/2014             up