Liedje van de molenaar


Mijn molentje draait er lustig en wel,
Mijn schoorsteen rookt erneven,
Maar 'k ben nog altijd een vrijgezel,
Wat heb ik alleen aan zo'n leven.
Och trad er Marieke mijn molentje in,
Dan wist ik, waarvoor ik mijn broodje win.

De hemel bezorgt mij gunstige wind,
Het boertje geld en koren,
De stenen ronken en 't werkend bint
Laat vrolijk zijn krikkrakken horen.
Doch klonk door de molen Marieke heur taal,
Dan wist ik, waarvoor ik mijn koren maal.

De dis is bereid, de pot hangt te vuur,
Gevuld zijn kist en kasten,
Maar 't is geen leven zo op den duur,
Al heb ik meer lusten dan lasten.
Och trouwde er het blonde Marieke met mij,
Dan wist ik, waarvoor ik de dis berei.

Blaas windeke, blaas, en molentje draai!
Vivat het muldersleven!
Maar ziet mijn molen nooit kind of kraai,
Dan is het mij net om het even.
Och kwam op de molen Marieke, mijn schat,
Ik denk, dat ik spoedig zo'n dreumes had.

G. W. Lovendaal / J. Worp


terug   naar de Molen folklorepagina


Deze pagina is onderdeel van   de-liefde-logo   de homepage van B. D. Poppen.

owl

updated           ∴       Copyright © 2000/2014             up