Molentje


Hei molentje, molentje hoog in den wind,
Wat sta je weer dapper te draaien.
Je doet, of je 't uiterst noodzakelijk vindt,
Het licht van de zomer te maaien.

Je kijkt naar de zon en je denkt:
Wat een schat, wat een schat,
Laat ik dadelijk beginnen!
De zon is van goud, maar het licht is te glad:
Je haalt er geen hallum van binnen.

De wieken bewegen
En vliegen en vegen
Hun schaduwen tegen de grond,
De stenen die steunen
En draaien en dreven
En komen al kreunende rond.

Maal verder, maal verder
Maal stevig en straf,
Je werken blijft toch onbegonnen
Het licht van de zomer
Dat maai je niet af,
Het licht van de zomerse zonne.

Jan Prins


terug   naar de Molen folklorepagina


Deze pagina is onderdeel van   de-liefde-logo   de homepage van B. D. Poppen.

owl

updated           ∴       Copyright © 2000/2014             up